Kennisnet Leerlingzorg Archief
Zelfvertrouwen
Auteur: Gerard Weide Voor het laatst gewijzigd op 16 december 2008
Download dit artikel
[MS-Word
41 Kb
]
Gerard Weide is gespecialiseerd in pestproblematiek, zelfvertrouwen, en existentiële problematiek (depressie), waarmee kinderen worstelen. In dit kader is door hem de Kanjertraining ontwikkeld. Voor Kennisnet Leerlingzorg schreef hij onderstaand artikel dat u onderaan de pagina ook kunt downloaden als Word-document. Een waardevol artikel voor leerkrachten en begeleiders, maar zeker ook voor ouders!
Zelfvertrouwen is het sleutelbegrip voor de succesvolle ontwikkeling van kinderen. Eigenwaarde heeft veel meer invloed dan intelligentie of een aangeboren talent. Kinderen die in zichzelf geloven, hebben hogere verwachtingen over toekomstige successen, gaan langer door met hun taak en tonen in het algemeen betere resultaten dan andere kinderen die even vaardig zijn, maar minder zelfvertrouwen hebben. Het is gangbaar om zelfvertrouwen te zien als een gevolg, een uitkomst van succesvolle ervaringen. Vanuit de Kanjertraining zien we dit als een beperkte opvatting. Het zou tot het misverstand kunnen leiden dat mensen die veel weten, veel presteren, veel succeservaring opdoen, ook veel zelfvertrouwen zullen hebben.
De Kanjertrainers gaan ervan uit dat kinderen zelfvertrouwen ontwikkelen als ze "de dingen doen die bij hun horen". Wat bij elk mens afzonderlijk hoort, ontstaat in de wisselwerking tussen gevoel, verstand, lijf en verlangen. Gevoelens wisselen. De een voelt zich prettig in een achtbaan en een ander juist niet. In onze verstandelijke overwegingen wegen mee: cultuur, religie, opvoeding en ervaringen. Ons lijf is ons een last of een lust. Ons verlangen is behoeftegericht: als ik dorst heb verlang ik naar water. Of ons verlangen is "zijnsgericht": ik wil een goed of een slecht mens zijn.
Een voorbeeld: Een van de pubers in onze training heeft homoseksuele verlangens. Het gevoel gaat uit naar de eigen sekse, het lijf sluit zich af voor de andere sekse. Maar in het verlangen een goed mens te zijn kan veel strijd ontstaan, omdat in de verstandelijke overwegingen, religieuze opvattingen, opvoeding en cultuur negatieve ervaringen doorklinken. Een mens is volgens de filosofie van de Kanjertraining pas gelukkig als gevoel, verstand, lijf en verlangen op elkaar zijn afgestemd en elkaar niet tegenwerken. Het een en ander betekent dat de Kanjertraining niet als doel heeft kinderen braaf te krijgen. Kanjers zijn behoorlijk eigenzinnig, dicht bij hun kern.
Als opvoeder kun je je kind hierin emotioneel coachen. Hieronder staat een waslijst aan tips, maar de belangrijkste vertel ik hier: Veel kinderen zijn het leven zat geworden. Afgewezen door ons schoolsysteem. "Jij bent anders, jij hebt speciale aandacht nodig, dat zul jij niet kunnen!" enz. Zo kan het gebeuren dat in een LWOO groep (LeerWeg Ondersteunend Onderwijs) van het voorgezet onderwijs, er slechts een kind uit de groep aangeeft niet levensmoe te zijn. De overige klasgenoten vertellen: "Ik zit op een stomme school, ik heb geen toekomst, ik kan toch niks, van mij hoeft dit leven niet op deze manier, ik ben niks."
Bij deze groep is het misverstand nagenoeg volledig dat je pas zelfvertrouwen en zelfrespect kunt ontwikkelen als je iets kunt, iets hebt, er leuk uitziet, iets weet. Nogmaals: werkelijk zelfvertrouwen is hierop niet gebaseerd. Waar haalt u uw zelfvertrouwen vandaan als u er leuk uitziet, veel weet, veel heeft en veel kunt, maar vervolgens met uw dure auto tegen een boom rijdt en afhankelijk wordt van anderen? Zelfvertrouwen gaat wezenlijk om iets anders. Ten diepste ontstaat zelfvertrouwen als wij ons houden aan onze bestemming namelijk: een goed mens te zijn. Een goed kind van onze ouders, een goede buurman of buurvrouw, een goede vriend, een goede levensgezel/lin, een goede vader of moeder. Dat je iemand bent die is te vertrouwen, niet steelt, liegt, bedreigt enz. Allemaal heel ouderwets, maar erg waar.
Emotioneel coachen, tips
- Praat met kinderen over hun gevoelens en die van anderen. Luister naar wat ze zeggen en onderzoek gevoelens en meningen samen met je kind.
- Laat zien dat je die gevoelens accepteert, leg wel uit waarom het ene gedrag wel kan en het andere niet.
- Help ze om die gevoelens op een toelaatbare manier te uiten. (Als kinderen vijf jaar zijn, dan kunnen ze al heel veel aan, mits ze in een veilige en vertrouwde omgeving zijn)
- Houd hun fouten tegen het licht, accepteer ze zonder negatieve lading. Zoek samen de kern van het probleem/de fout op: "Er is iets niet naar je zin, anders deed je dit niet." En later: "Okay we weten nu wat het probleem is, hoe kunnen we dat oplossen?". Zorg ervoor duidelijk te maken dat veel oorzaken (waardoor het mis ging) weg te nemen zijn. (Zeg dus niet: "Je bent verlegen, alleen daarom".)
- Leer kinderen hoe belangrijk het is om het oplossen van problemen te gebruiken voor het hervinden van zelfvertrouwen en dat fouten maken belangrijk is als we dit willen opbouwen. Jouw aanmoedigende houding, zal het kind overnemen…
- Vertel ook over je eigen mislukkingen en teleurstellingen en hoe je die te boven bent gekomen.
- Vergeet niet te benadrukken dat wat goed is gegaan in het handelen van het kind.
- Verwijs naar vroeger. Dit helpt het kind te laten erkennen dat er een voorgeschiedenis is met ups en downs, het geeft ook een perspectief voor het belang van de ervaringen en de betekenis die je eraan kunt geven. (eerst kon je dit niet, nu wel…) Je kunt de vooruitgang in de tijd ook zichtbaar maken, door het opnieuw bekijken van video-opnames, door oude schriften erbij te pakken e.d.
- Leg de nadruk op wat ze al kunnen en eerder hebben gedaan.
- Bespreek waarom het goed of fout ging. De redenen die een kind aangeeft voor succes of mislukken zijn van invloed op zijn zelfvertrouwen en motivatie. Help een kind naar de juiste verklaringen te zoeken van succes en falen. Zo kun je bijdragen aan meer zelfvertrouwen. Over het algemeen wijten onzekere kinderen succes aan factoren buiten zichzelf. "Het proefwerk was gemakkelijk, ik had geluk, de leraar vindt me aardig".Ook wijten ze falen aan factoren in zich zelf: "ik ben te stom" . Wil je zelfvertrouwen kweken, dan is het van belang dat het kind er vertrouwen in heeft te kunnen slagen door eigen inspanning. Dat geeft het kind er greep op. Falen beschouwt een zelfbewust kind als éénmalig incident…niet als een gegeven van: Het is nu eenmaal zo. Ik ben te dom. * Kinderen die denken dat resultaten op school meer van inspanning dan van begaafdheid afhangen, komen verder in het leven dan kinderen die daar anders over denken.
- Help besluiten te nemen, en blijf daarbij. Neem de gevolgen voor lief. Als je in het schoolteam wil, dan heeft het consequenties: je moeten bijvoorbeeld trainen. Het kan ook eerst misgaan, maar dan hoef je niet meteen op te geven. "Wijs het kind erop dat iedereen zijn sterke en zwakke kanten heeft en dat mensen daarin niet van elkaar verschillen.
- Wees positief, al mislukken zaken. Er zijn altijd nieuwe kansen.
- Stel met het kind haalbare en uitdagende doelen. Een kind met weinig zelfvertrouwen zal de doelen te hoog of te laag stellen. Bij te hoge doelen hoeft het zichzelf niets te verwijten en te lage doelen zijn meestal wel te halen, maar bieden geen opbouwend gevoel van zelfvertrouwen. Hierbij kun je: het kind vragen het doel duidelijker te maken, meehelpen in het beslissen of het een realistisch doel is en het kind aanmoedigen het te halen door bijvoorbeeld na te vragen hoe het gegaan is, samen één doel en geen meerdere doelen te formuleren.
- Zie opdrachten als leuke uitdagingen, en niet als het testen van capaciteiten.
- Sta nooit klaar met een oordeel over de algemene intelligentie/vaardigheden van kinderen, want dat zijn flexibele zaken die te ontwikkelen zijn die je door inspanning goed kunt verbeteren. Niets is een gegeven en daardoor krijgen kinderen moed om het nog een keer te proberen. Dus vaardigheden kunnen veranderen en daar kun je zelf invloed op uit oefenen door bijvoorbeeld veel te trainen.
- Kijk goed wie je kunnen helpen bij het vergroten van zelfvertrouwen van je kind. Als opa graag timmert en jouw kind heeft daar gevoel voor en ze vinden het beiden fijn, organiseer dan zoveel mogelijk die timmerbijeenkomsten.
- Zorg voor activiteiten waarin je kind interesse heeft en/of goed in is. Benadruk dan het plezier dat een kind in iets heeft om de activiteit zelf. De wetenschap ergens goed in te zijn is belangrijk voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen. Zorg dat het kind deze activiteit regelmatig kan doen.
- Het is vaak lastig om te zien dat je kind zaken niet kan. Je kind is immers veelal een verlengstuk van jezelf. "Hoe kun jij, deel van mij, zo stom zijn". Accepteer dat je kind niet aan het ideaalbeeld van het perfecte kind beantwoord. Wees voorbereid op verschillen.
- Waardeer je kind ook als het ergens niet goed in is, toon betrokkenheid en waardering, sta erop dat ze zich blijven inspannen voor dingen die hen moeilijker afgaan.
- Kinderen die denken dat ze hun eigen problemen niet kunnen oplossen, reageren vaak impulsiever. Het is dus van belang dat kinderen het gevoel hebben greep op de wereld te hebben. Dat wat zij vinden er ook toe doet. Het is als ouder je taak om kinderen te leren dat ze macht hebben, dat ze die macht ook leren gebruiken, doelen stellen en die te bereiken.
Voorkom onzeker gedrag, tips
- Wees duidelijk in je opdrachten. Dit helpt om spanning en verwarring te verminderen.
- Probeer instructies op verschillende manieren aan te bieden. Gesproken taal kan te vluchtig zijn. Sommige kinderen onthouden beter als je een symbooltje voor ze tekent of zaken opschrijft. Sommige kinderen hebben baat hij het zelf laten herhalen van de instructies.
- Geef het kind ruimte voor het nemen van eigen beslissingen en ook hoe jouw opdrachten mogen worden uitgevoerd. Welk huiswerk ga je eerst maken, welke sokken wil je dragen? Laat je goedkeuring blijken over tekenen van eigenheid en eigen initiatief.
- Geef kinderen eigen verantwoordelijkheid en spreek ze daarop ook aan. Alleen met de tram of bus naar huis komen, geeft een gevoel van zelfstandigheid.
- Vergelijk niet met andere kinderen. Je kunt wel zeggen: "Wat leuk hè, dat hij dat kan, maar niet: Waarom kan jij dat nu niet?"
- Wees niet overbeschermend. Kinderen weten in ieder geval vaak wel wat ze lichamelijk bij klimmen en klauteren aan kunnen. Je zendt snel een boodschap uit: Doe maar niet, dat kun je niet…,
de wereld is te gevaarlijk om plezier te hebben, je kunt je niet verdedigen, je hebt geen goed oordeel, ke maakt snel ongelukken. Andere ouders of vrienden om raad vragen is dan vaak heel handig. "Durf jij je kind alleen met de bus of tram te laten gaan? Wat zou jij doen ?" In ieder geval kun je de gevaren eerlijk bespreken, informatie geven over wat ze in noodgevallen kunnen doen en het oordeel van je kind gewoon in de praktijk oefenen en testen.
- Vergelijk kinderen niet met elkaar. Het is heel aanlokkelijk. Oefen jezelf erin te beschrijven, zonder te vergelijken.
Vrienden maken
Kinderen die geïsoleerd zijn, beoordelen zichzelf meestal negatiever dan kinderen die regelmatig met anderen spelen en denken dat ze een lage sociale status hebben. Ook zien ze bij zichzelf een aantal problemen: ze maken zich meer zorgen, zijn meer verlegen en denken ook dat ze minder aardig zijn. Je kunt kinderen leren vrienden te maken. Het gaat over probleemoplossend vermogen, de kunst om moeilijkheden te omzeilen, obstakels te overwinnen en iets te doen met geloof in het eigen succes. Het gaat dus over zelfvertrouwen. Een vriendschap aangaan kun je leren door:
- De kunst van het begroeten. Kijk iemand aan en zeg "Hallo". Als ze je niet teruggroeten, gewoon nog een keer proberen, als dat niet niets uithaalt, dan is er nog niets verloren.
- Het verankeren van de begroeting (informatie uitwisselen) Waar woon je? Wil je met me spelen? Wat doe je graag na schooltijd? Een ander vindt het leuk als je in haar/hem geïnteresseerd bent. Je hebt de eerste stap gezet!
- Het belonen van een interactie (laat zien dat je geïnteresseerd bent, houdt het gesprek gaande) Je hebt alles prima gedaan!
Een ruzie uitvechten
- Help het kind om doelgericht te zijn: Wat wil het kind? Alleen spelen, samen spelen of vriendschap?
- Laat het kind meerdere oplossingen bedenken. "Ik speel met de hoed, omdat ik hem het eerste had", is een oplossing, maar kan soms het einde van het spel betekenen. Bespreek meerdere oplossingsstrategieën.
- Stimuleer het kind om de gevolgen van het handelen bij het spel te voorzien. Als je iets afpakt, dan is de kans groot dat het weer teruggepakt wordt.
- Verzeker het kind dat het zelf invloed heeft op zijn/haar rol in spelletjes en in relaties met anderen. "Ik weet dat je veel goede ideeën hebt als je thuis speelt, laat die ook eens aan je vrienden horen."
Tenslotte
Leg niet al jouw verwachtingen op aan het kind. Geef het kind de ruimte zichzelf te mogen zijn en geef zelf het goede voorbeeld! Gerard Weide
Links
www.kanjertraining.nl
|