Basisonderwijs  
Leerlingzorg PO
Kennisnet Leerlingzorg Archief

Paul Miedema Omgaan met storend gedrag
Auteur: Paul Miedema
Voor het laatst gewijzigd op 22 oktober 2007


De school heeft een cruciaal aandeel in de opvoeding van kinderen. Heel lang zijn er mensen geweest die daar niet aan wilden. “Thuis is thuis, school is school”. “Thuis wordt opgevoed, op school wordt lesgegeven”. In zijn algemeenheid is dat waar. Het valt echter tegelijk niet te ontkennen dat lesgeven plaatsvindt in een nauwe relatie tussen volwassenen en kinderen; vooral in het basisonderwijs. En overal waar sprake is van een relatie tussen volwassenen en kinderen is er ook sprake van beïnvloeding. En wat is opvoeding anders dan een poging tot beïnvloeding?

In dit artikel wordt de theorie van de Individuele Psychologie aangestipt. Deze theorie, ontwikkeld door Alfred Adler, gaat ervan uit dat de mens een sociaal wezen is, dat gedreven wordt door de overheersende motivatie “erbij te horen”. Adler noemde zijn theorie 'Individualpsychologie', waarbij hij met het woord “Individual” te kennen gaf dat de mens functioneert als een ondeelbaar (“individere” is Latijn voor “ondeelbaar”) geheel en dat de mens slechts als functionele eenheid bestudeerd kan worden en niet als simpele optelsom van alle mogelijke geïsoleerde vaardigheden en karaktertrekken. Daarbij had Adler tevens de overtuiging dat de sociale omgeving een dermate grote invloed uitoefent op de psychische ontwikkeling van een kind, dat een kind slechts bestudeerd kan worden met inbegrip van die sociale omgeving. De psychologie van Adler kent vele facetten. Enkele ervan zullen hier belicht worden.

Gedrag is doelgericht
Kinderen willen, net als volwassenen, dat ze iets te betekenen hebben. Het is voor vrijwel iedereen belangrijk erbij te horen (zie boven), mee te tellen, iets te betekenen voor anderen. Op de één of andere manier, of we er nu in slagen of niet, doen we vrijwel alles om dit doel te bereiken: Een plaats hebben en meetellen temidden van anderen.

Een storend kind is een ontmoedigd kind
Kinderen worden vaak opgevoed met de gedachte dat een bijdrage aan het welzijn van het gezin en aan de gemeenschap niet van hen verlangd wordt. Ze krijgen het gevoel dat het "echte" werk in het leven alleen maar door hun ouders kan worden gedaan. Daarom is een kind vaak onzeker van zijn plaats temidden van anderen, en onzeker over zijn competentie om voor zichzelf een plaatsje te houden of te bemachtigen op een sociaal positieve manier. Hij neemt dan zijn toevlucht tot negatief gedrag om zich van zijn betekenisvolheid te verzekeren, of, om tenminste een terugvallen naar een nog minder betekenende status te vermijden. Een kind dat zich storend gedraagt is altijd een ontmoedigd kind. Het is bij herhaling ontmoedigd bij zijn pogingen zich nuttig te gedragen en een positieve bijdrage te leveren.

Volwassenen kunnen vrijwel alles beter, preciezer en sneller dan kinderen. In deze gehaaste tijd doen we de dingen liever zelf dan te moeten wachten tot een klein kind eindelijk ook zover is. We realiseren ons niet dat we daarmee gebrek aan respect tonen ten opzichte van het kind en dat we duidelijk laten merken geen vertrouwen te hebben in zijn/haar mogelijkheden. Een meestal doen we dat met de beste bedoelingen! Met de beste bedoelingen ontnemen we het kind vaak onbewust de mogelijkheden zich verantwoordelijk te gedragen. Als we alles wat een kind zelf zou kunnen doen van hem/haar overnemen, leert het kind nooit verantwoordelijk te zijn voor dingen en leert het nooit zijn eigen kracht kennen of daarop vertrouwen.

Voor leerkrachten (en ouders) is het belangrijk met het bovenstaande rekening te houden in hun manier van omgaan met kinderen. Dat kan onder meer door het volgende: Respect hebben voor de eigenheid van kinderen, kinderen vertrouwen, kinderen niet straffen maar de gevolgen van hun gedragskeuzen laten ervaren, kinderen niet vergelijken met andere kinderen, kinderen niet voortrekken, kinderen niet kleineren, kinderen niet dreigen, enz.

Doelen van storend gedrag
We weten dat gedrag doelgericht is. "Erbij horen". Dat geldt ook voor storend gedrag. Ook storend gedrag is doelgericht. Vanuit de opvoedingssituatie thuis krijgt het kind een beeld van hoe het zich moet gedragen om het erbij horen te realiseren. Voordat een kleuter de basisschool binnenstapt, heeft hij/zij er een training van vier jaar opzitten waarin het geoefend heeft met wat naar zijn/haar mening het beste werkt om het erbij horen te realiseren. Met die bagage komt een vierjarige de basisschool binnen. Sommige kinderen hebben AANDACHT als doel van het gedrag. Hun credo lijkt te zijn :"Jij moet de hele tijd met mij bezig zijn".

Andere kinderen proberen ons te laten zien dat we hen niet kunnen dwingen. Ze willen ons hun MACHT laten zien. Ze denken dat het hebben van macht hun gevoel van eigenwaarde versterkt. Kinderen die zich diep gekleineerd voelen kunnen soms vervuld zijn van WRAAK. Hun motto is : "Ik voel me gekwetst. Ik zal iemand terugpakken." Kinderen met veel faalangst laten ons zien: "Laat me met rust, laat me alleen". Ze tonen ONVERMOGEN en door niets te doen voorkomen ze dat ze opnieuw falen. Deze vormen van storend gedrag brengen kinderen voortdurend in de problemen, omdat deze kinderen uitgaan van een verkeerde logica. De cursus "Omgaan met storend gedrag op school" van CEDIN behandelt deze vier gedragsdoelen en richt zich op verandering van gedrag en geeft tevens een aanpak voor bevordering van de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen.

Over de auteur
Paul Miedema, psycholoog, is werkzaam bij CEDIN. Hij vertaalde het boekje ''Discipline without tears', verkrijgbaar bij uitgeverij Eduforce onder de titel 'Orde houden zonder tranen'. 

Links
Veelgestelde vragen over ordeproblemen
Over Adler
Cedin
Orde houden zonder tranen [Uitgeverij Eduforce]
© Kennisnet | Disclaimer | Over ons | Contact