Kennisnet Leerlingzorg Archief
Weg van mij: kinderen en jongeren als nabestaanden van zelfdoding
Auteur: dr. Fiddelaers-Jaspers Voor het laatst gewijzigd op: 6 juni 2006
In Nederland komen jaarlijks ongeveer 1500 mensen om het leven door zelfdoding. In de leefrijdscategorie waarin zich de meeste ouders van kinderen en pubers bevinden, tussen de dertig en de vijftig jaar, gaat het jaarlijks om 640 personen, van wie ongeveer 445 mannen. Bij broers, zussen en vrienden in de leeftijd tot twintig jaar gaat het jaarlijks om ongeveer 45 jongeren die door zelfdoding om het leven komen.
Doodgaan door zelfdoding heeft voor mensen meestal een andere betekenis dan doodgaan aan de gevolgen van een lichamelijke ziekte of een verkeersongeval. Het taboe rond zelfdoding is nog lang niet verdwenen. Uit onderzoek is gebleken dat nabestaanden van zelfdoding minder steun ondervinden uit hun omgeving dan bij andere doodsoorzaken. Mensen in de omgeving van jongeren zijn geschokt, vinden het moeilijk om iets te zeggen of zijn geneigd het onderwerp te vermijden. Ook de jongeren zelf vinden het moeilijk om er over te praten. Het gevolg is dat ze hun verhaal moeilijk kwijt kunnen en dus zelf blijven worstelen met hun gedachten en gevoelens. Ook leidt zelfdoding wel tot onenigheid in families en krijgt iemand de schuld van wat er is gebeurd.
De zus van papa, ze verwijt mama van alles: ‘Had maar beter opgelet.’ Sanne, was 15 toen het gebeurde, ze is nu 16 jaar
Sinds de dood van mijn moeder willen sommige leden van mijn familie niks meer met mijn vader (en mij) te maken hebben. Dorien, was 13 toen het gebeurde, ze is nu 16 jaar
Veel kinderen vinden praten over zelfdoding moeilijk uit angst dat anderen ‘verkeerde’ dingen zeggen of vragen. Vaak komen er vooroordelen over zelfdoding of het slachtoffer aan het licht: ‘je vader was altijd al apart’ of: ‘het is misschien maar beter zo’. Pijnlijk is als mensen openlijk dingen beweren over het waarom van de zelfdoding. Vaak is dit voor kinderen zelf ook een moeilijk punt en bovendien in zekere zin intiem; ze willen het niet met iedereen delen. De zelfdoding wordt soms scherp veroordeeld, waardoor kinderen het idee hebben dat ze hun vader of moeder, broer of zus moeten verdedigen.
Mijn broer was niet gek of zo. Maar hij had wel veel problemen. Hij kon er niet met ons of met anderen over praten. Hij had altijd al het gevoel dat hij nergens goed in was. Het was nooit goed genoeg vond hij zelf. Daarom wilde hij niet meer leven. Deborah, 12 jaar
Steun en troost Als jongeren met ingrijpende gebeurtenissen te maken krijgen, roept dat bij omstanders vaak veel op. In het beste geval medeleven, maar ook vaak medelijden. En daar zit de jeugd niet op te wachten, ze willen niet zielig zijn of anders behandeld worden dan anderen. Tegelijk willen ze wel voelen dat je er voor hen bent als dat nodig mocht zijn. Ze hebben behoefte aan meeleven, aan naast hen staan. Voor hen is steun uit de naaste omgeving van groot belang.
We denken vaak dat steun en troost bieden enkel en alleen bestaat uit samen huilen of praten over het gebeurde. Maar niet alle jongeren kunnen of willen samen met een ander praten of huilen.
Er zijn verschillende manieren om te steunen. We hebben het over de dagelijkse ondersteuning die jongeren krijgen van hun ouder(s), andere gezins- en familieleden, vrienden, op school, in de verenigingen en clubs waar ze lid van zijn of van collega’s in hun (weekend)baantje. Ook het gebruik maken van de computer kan tot steun leiden. Op een eigentijdse manier, passend bij de leeftijd, ontvangen kinderen en jongeren steun via digitale ‘ontmoetingsplaatsen’, MSN, sms’jes en allerlei chatboxen waar ze lotgenoten ontmoeten. De opsomming die volgt kan nog uitgebreid worden met andere vormen. Verder kennen we emotionele steun zoals een vriend die een arm om je heen slaat. Praktische steun zoals een vriendin van moeder die meegaat om kleren te kopen nu moeder er niet meer is. Een oom of tante kan de jongere leren een fietsband te plakken. Adviserende steun van de mentor die na de les de leerling even aanspreekt en aanraadt om het even rustig aan te doen. Tot slot is er steun in de vorm van afleiding en ontspanning zoals samen gaan sporten.
School Voor jongeren vormt school een belangrijke leefgemeenschap, ze zijn er heel wat uren per week. Het is belangrijk dat je als mentor of coördinator al snel een bezoek brengt aan het gezin. Het is voor veel leraren een lastig telefoontje om te plegen. ‘Ben ik wel gewenst?’, ‘Zal het wel uitkomen?’ zijn gedachten die door je hoofd kunnen flitsen. Je verzint misschien allerlei dingen om dat telefoontje nog even uit te stellen. Dat is te begrijpen en toch is het van belang snel contact op te nemen en belangstelling te tonen. Het ergste wat je te horen kunt krijgen is dat je op dit moment nog niet welkom bent. Maar door je telefoontje is in het gezin duidelijk dat de school zich niet afzijdig houdt. Als je bij het gezin bent, hoef je niet veel te zeggen maar luister je vooral naar hun verhaal. De reactie van school op het overlijden, het sturen van een kaartje, huisbezoek en aanwezigheid op de uitvaart zijn belangrijk voor rouwende leerlingen. Ze voelen het als speciale reacties voor henzelf, want de leerkracht of de mentor is er voor hen. Ook jongeren zijn teleurgesteld wanneer er weinig of geen reactie komt. Het wordt door hen erg op prijs gesteld wanneer school iets van zich laat horen. Het helpt hen ook met hun terugkeer naar school.
Mijn vader pleegde zelfmoord in de vakantie. De crematie was ook in de vakantie, toch waren er mensen van school bij. In de eerste les na de vakantie vertelde de juf aan de klas dat mijn vader was overleden. Ze vroeg aan of iedereen daar een beetje rekening mee wilde houden. Dat vond ik wel fijn. Samantha, 12 jaar toen haar vader overleed, nu 15
Samen met de ouder(s) en de leerling maak je afspraken over de terugkeer naar school. Wanneer wil de leerling weer terug en hoe overbrug je de afstand tussen de gebeurtenis thuis en school? Je hoeft het niet zelf te bedenken, je kunt het gewoon vragen.
De informatie van de mentor hoe het op school gaat kan aanvullend zijn op wat de ouder thuis ziet. Soms kan een leerling zich op school beter uiten dan thuis omdat hij thuis iedereen wil sparen. Soms is hij juist op school heel stil maar laat hij thuis wel zijn gevoelens zien. Als school en ouder(s) samenwerken en op elkaar afstemmen wordt het welbevinden van de jongere goed in de gaten gehouden.
Rust, continuïteit en regelmaat zijn van belang voor rouwende leerlingen. Ze zitten niet op medelijden te wachten maar verwachten wel dat je als leerkracht laat merken dat je weet dat ze het moeilijk hebben. Dat zit vooral in het kleine gebaar, even oogcontact, een schouderklopje en een keer na de les vragen of het allemaal wel lukt.
Loop als leraar er niet voor weg maar ontmoet de leerling, ook in barre en eenzame tijden.
Over Riet Fiddelaers-Jaspers Riet Fiddelaers-Jaspers is initiatiefnemer van het Expertisecentrum Omgaan met Verlies waar opleiding en training plaatsvindt rondom het thema verlies. Zie www.rietfiddelaers.nl.
Literatuur Fiddelaers-Jaspers, R. & M. van ’t Erve (2006). Weg van mij. Werkboek voor kinderen die achterblijven na zelfdoding. Kampen: Ten Have. Fiddelaers-Jaspers, R., Groot, M. de & Keijser, J. de (2006). Waarom doet iemand dat? Kinderen en jongeren ondersteunen na zelfdoding in hun omgeving. Kampen: Ten Have. Groot, M. de & J. de Keijser (2005). Verlies door suïcide. Werkboek voor nabestaanden. Kampen: Ten Have.
Conferentie Op 14 juni vindt de conferentie ‘ Weg van mij’ plaats in Driebergen. Er wordt inmiddels gewerkt aan een werkboek voor jongeren. Er worden met name nog jongens gezocht die willen meewerken.
info@rietfiddelaers.nl
www.rietfiddelaers.nl
Deskundigenforum
Dr. Riet Fiddelaers-Jaspers is lid van het deskundigenforum van Kennisnet Leerlingzorg. Zij beantwoordt vragen van docenten en begeleiders op het gebied van rouw en verdriet.
Stel een vraag
|
|