Basisonderwijs  
Leerlingzorg PO
Kennisnet Leerlingzorg Archief

Beelddenken

Marion van de Coolwijk Auteur: Marion van de Coolwijk
Voor het laatst gewijzigd op 18 maart 2008
U kunt dit artikel ook downloaden als Word-document (zie 'links')


In januari 2003 verscheen het boek ‘Beelddenken in de praktijk’. Het boek is een praktische gids te zijn voor ouders en leerkrachten en werd geschreven door Anneke Bezem, Marion van de Coolwijk. Middels dit artikel hoopt Marion van de Coolwijk meer bekendheid te geven aan het begrip beelddenken.

Iedereen denkt in beelden
Alle mensen worden als 100 % beelddenker geboren. Immers, een baby kent nog geen woorden. In de peuter- en kleutertijd zijn alle kinderen min of meer beelddenkers. Langzaam ontwikkelt het taal-/begripsdenken zich en wordt het beelddenken procentgewijs wat kleiner. School en maatschappij zijn talig gericht: gestructureerd, op volgorde en gericht op details en analyse. De manier van werken en denken zorgt ervoor dat het beelddenken op de achtergrond verdwijnt. Zo rond het tiende jaar stopt dit ontwikkelingsproces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken: de beelddenkers! Hoe eerder beelddenken (h)erkend wordt, hoe meer je nog kunt werken aan het `talige`. Scholen die de kennis in huis hebben, signaleren al in groep 3 en 4 of een kind blijft steken in het vertrouwde beelddenken.

Met een goede begeleiding kan het kind dan toch de overstap maken naar het talige en verdwijnen specifieke leerproblemen, zoals zwakke fonologie (liever kijken dan luisteren), omdraaiingen (3-D), geen verschillen en details kunnen onderscheiden en het werken vanuit gehelen. Deze specifieke kenmerken van beelddenken (denk aan die kleuter!) lijken op dyslexie. Door onbekendheid met het beelddenken, worden veel kinderen ten onrechte als dyslectisch gekenmerkt. Zonder juiste begeleiding, zullen de problemen blijven en groeit het kind op met het stempel `dyslectisch`. Jammer, want veel beelddenkers zitten in het grijze vlak van de 12% kinderen met taalproblemen. Immers: 3% van de kinderen is echt dyslectisch, terwijl 15% van de kinderen specifieke leesuitval heeft.

Het is raadzaam voor leraren om enige kennis te hebben van het fenomeen: beelddenken, ook wel bekend onder de namen:
  • ruimtelijk visueel denken
  • analoog denken
  • divergerend denken (vanuit geheel naar de kern)
Is mijn kind een beelddenker?
Onderzoek heeft uitgewezen dat er in iedere klas wel één à twee echte beelddenkers zitten. Vaak zijn het leerlingen die in de onderbouw (groep 1 en 2) goed lijken mee te draaien, maar in groep 3 problemen kunnen ondervinden bij het lezen, schrijven en/of rekenen. De leerkracht kan er niet goed de vinger opleggen; het is een slimme, ondernemende leerling, vol enthousiasme en creativiteit... waar zit het probleem?

Door de nog grote onbekendheid met het begrip beelddenken, worden veel beelddenkers niet als zodanig herkend en ontstaan er met de jaren op de basisschool steeds grotere leer- en/of gedragsproblemen. Het vroegtijdig signaleren van beelddenken kan veel onnodige problemen voorkomen.

Wat is beelddenken?
Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. We kunnen het ruimtelijk denken noemen, een simultaan, non verbaal denken. Beelddenken is een fundamenteel andere manier van denken! Beelddenkers zijn visueel, ruimtelijk ingesteld, dat wil zeggen dat alles zich driedimensionaal in hun hoofd afspeelt en dat ze met hun ogen en hun opgedane ervaringen werken. Luisteren is nooit hun sterkste kant. De ogen gaan voor de oren!

In één oogopslag overzien beelddenkers ingewikkelde situaties en brengen die met elkaar in verband. Vandaar ook dat beelddenkers nog wel eens chaotisch overkomen in hun taalgebruik. Het ene beeld roept al weer een volgend beeld op en beelddenkers associëren dus razendsnel. Dat kan leiden tot hoogst originele oplossingen waar een ander nooit opgekomen zou zijn. Beelddenkers kunnen heel intelligent zijn, ze hebben vaak een goed oriënteringsvermogen en zijn creatief.

Omdat beelddenkers in beelden denken, hebben ze moeite met de 'vertaling' naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als: dinges, danges, je weet wel! In hun hoofd zien ze het beeld, het plaatje, maar het bijpassende woord kunnen ze zo snel niet vinden. Een beelddenker ziet bij het woord stoel de stoel dan ook in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren of op zijn kop staat: het blijft een stoel. Als ze de letters en hun klanken gaan leren, geeft dit problemen. Immers: een b is andersom opeens een d, en op zijn kop zelfs een p.

Een beelddenker is snel afgeleid, want net als ze ergens mee bezig zijn, zien ze al weer iets nieuws om te doen. Dat laatste is wel eens lastig voor ouders. De opdracht: 'doe je jas uit, ruim je tas op en kom naar de keuken om wat te drinken' , is onmogelijk voor een beelddenker. Terwijl hij naar de opdrachten luistert, ziet hij het beeld van de jas aan de kapstok, de tas in de kast en het glas drinken in de keuken voor zich. Op het moment dat hij zijn jas uittrekt, denkt hij alles al gedaan te hebben en gaat rustig met zijn lego spelen. De andere opdrachten lijken vergeten.

Ouders van beelddenkertjes zijn wel eens radeloos. 'Waarom luister je nou nooit?' is een veel gehoorde wanhoopskreet. Maar het is geen onwil, maar onmacht! Een simpele oplossing is om de opdracht(en) mondeling te laten herhalen. Het uitspreken van wat je moet doen helpt een beelddenker om beter te onthouden. Ook op school kenmerkt de beelddenker zich door dit 'afwezige' gedrag. Leerkrachten zeggen vaak: Ís dit kind nu dom of neemt hij mij in de maling?

Waar komt het beelddenken vandaan?
De term 'beelddenken' bestaat al bijna tachtig jaar. Het is afkomstig van de Haagse logopediste Maria J. Krabbe, die in de jaren dertig van de vorige eeuw met de theorie kwam dat er mensen zijn die in beelden denken in plaats van in taal. Haar werk werd enthousiast voortgezet door Nel Ojemann, Montessorileerkracht, remedial teacher en docente aan de Universiteit van Groningen. Zij ontwikkelde een onderzoeksmethode waarmee je de beelddenkende leerling kan signaleren: het Ojemann Wereldspel. Zelf noemt ze dit: kijken naar kinderen.

Marion van de Coolwijk, leidt, samen met haar collega Anneke Bezem, leraren op om met behulp van het wereldspel materiaal het beelddenken te signaleren. Tevens kunnen leraren opgeleid worden tot officieel onderzoeker, zodat ze zelfstandig een Individueel Onderwijskundig Onderzoek kunnen afnemen bij kinderen. Op dit moment zijn er vele leerkrachten, remedial teachers en orthopedagogen opgeleid om beelddenkers te signaleren en te diagnostiseren.  Marion geeft tevens voorlichting aan ouders en leerkrachten en verzorgt regelmatig symposia en lezingen over dit nog steeds te onbekende onderwerp: beelddenken!

Basisschool
Eenmaal op de basisschool wordt er door de leerkracht veel nadruk gelegd op volgorde en details en dat zijn nu net de zaken waar beelddenkers wat moeite mee hebben. Het onthouden van de letters en bijbehorende klanken geeft dan vaak problemen. Het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels of sommen onder de 20 gaat vaak moeizaam en bij het spellen maken ze vaak veel oriëntatiefouten: de s wordt een z, of de f wordt een v.

Ook taalregels worden slordig gehanteerd. Beelddenkers gaan voor de inhoud en niet voor de juiste vorm. Ze komen daardoor wat slordig over, maar weten heel goed waar een tekst globaal over gaat. Details onderscheiden is vaak hun moeilijkste kant. Beelddenkers kijken meer naar overeenkomsten (Wat weet ik al? Wat had ik ook al weer net zo gedaan?) in plaats van naar verschillen. Ze hebben een grote vrijheidszin en een brede belangstelling, hebben een goed geheugen voor gebeurtenissen en belevenissen en zijn sociaal zeer bewogen.

Gaat beelddenken over?
Uit studies is gebleken dat beelddenken aangeboren en erfelijk is. Het kind blijft van nature in beelden denken en stapt niet vrijwillig over naar het talige. Alle kinderen hebben begin groep 3 moeite met het loslaten van het beelddenken ten gunste van het taaldenken. Maar de meesten zullen na de kerstperiode de overstap hebben gemaakt. De kinderen die in beelden blijven denken, moeten met een goede, strakke begeleiding toch inzicht krijgen in het talige. Ze moeten als het ware de noodzaak inzien van de overstap: school en maatschappij zijn talig. Je moet dus meedoen om verder te komen. Beelddenken is dus een verworvenheid en geen stoornis of mankement. Er wordt geleefd vanuit het gevoel en de beleving. Het kijken gaat voor het luisteren. Het probleem zit 'm in de zeer gestructureerde talig ingestelde maatschappij waarin we opgroeien. Het is voor beelddenkende mensen dan ook moeilijk om zich daaraan aan te passen.

Gedurende hun hele schooltijd, ook op de basisschool, hebben beelddenkers het idee dat ze zeeën van tijd hebben, meer zelfs dan ze in werkelijkheid hebben. Tijd zegt hen niet veel! Ze vergeten afspraken, hebben geen interesse in klokkijken en komen tijd tekort. Door hun haast zijn beelddenkers vaak slordig. Ze reageren te snel bij het eerste het beste woord en luisteren niet meer verder. Ze denken het wel te weten! Omdat ze de oplossingen voor vraagstukken/problemen al in hun hoofd 'zien', zijn ze geneigd te denken dat ze hun huiswerk wel weten, terwijl de leerstof nog niet verankerd is. Omdat beelddenkers in hun gedachten allerlei sprongen maken, komen ze soms wat chaotisch over en zijn ze gebaat met korte, duidelijke opdrachten/afspraken. Hulpmiddelen als briefjes, agenda's en planborden willen ook nog wel eens helpen.

Beelddenkers ondervinden ook in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs problemen met het leren van de nieuwe talen . Het meeste leed is echter geleden vanaf de derde, vierde klas. Het onderwijs is dan meer gericht op het verwerven van inzicht (waar beelddenkers sterk in zijn!) en er hoeft minder uit het hoofd te worden geleerd. Veel beelddenkers slagen dan ook glansrijk voor hun Havo of VWO diploma, mits er een goede en consequente begeleiding is geweest van school zowel als van ouders. Beelddenken is snel denken: 32 beelden per seconden razen er voorbij in het hoofd. Intelligente mensen zijn dan ook altijd beelddenkers. Het gymnasium zit propvol beelddenkers. Dat ze geen `problemen` hebben ervaren, komt doordat ze ook het taaldenken hebben geïntegreerd en dus beide manieren van denken kunnen toepassen.

Wat is er aan te doen?
Beelddenkers hebben het moeilijk op school en het leren gaat niet zo snel als we zouden willen, maar we weten nu ook dat dit geen onwil is, maar onmacht. Door het vroegtijdig signaleren van beelddenken kan zo snel mogelijk hulp geboden worden. Op dit moment is er in Nederland een groep van orthopedagogen, psychologen, onderwijskundigen, remedial teachers, schoolbegeleiders, logopedisten en medewerkers van schooladviesdiensten die door middel van een Individueel Onderwijskundig Onderzoek kunnen vaststellen of een kind beelddenker is of niet. Deze opleiding wordt o.a. verzorgd door Instituut Kind in Beeld (Marion van de Coolwijk) en Bureau Bezem (Anneke Bezem). Meer informatie vindt u op www.beelddenkenindepraktijk.nl.

Beeld en Brein
Om het talige onderwijs toch te kunnen hanteren, hebben Marion van de Coolwijk en Anneke Bezem de training Beeld en Brein opgezet en geregistreerd. Een fantastisch hulpmiddel om het talige onderwijs te pakken in beelden. Er zijn in het hele land bevoegde trainers Beeld en Brein® waar kinderen deze technieken, meestal in één dag, kunnen leren. Ze tekenen (mindmappen) als het ware hun teksten na en kunnen zo de leerstof prima onthouden. Daar alle mensen ooit beelddenker zijn geweest, is deze training geschikt voor iedereen. Het leren/werken gaat sneller en is leuker.

Over de auteur
In 1999 richtte Marion van de Coolwijk haar eigen bedrijf op: Instituut Kindinbeeld, een tekst- en onderzoeksbureau gericht op kinderen, waar alles in het teken staat van het schrijven en lezen. Naast haar taken als schrijfster, lesauteur, onderzoekster en remedial teacher bezoekt Marion veel scholen en bibliotheken om de kinderen, ouders en leerkrachten te vertellen hoe het is om auteur te zijn en om voorlichting te geven over kinderboeken, leesbevordering en beelddenken. Zij leidt leerkrachten op als bevoegd beelddenkonderzoeker en is tevens mede-eigenaar van de succesvolle training Beeld en Brein.


Links

Download het complete artikel [MS-Word 44 Kb ]
www.kindinbeeld.nl
www.beelddenkenindepraktijk.nl
www.marionvandecoolwijk.nl
Stel hier uw vraag over beelddenken
Meer informatie over beelddenken
© Kennisnet | Disclaimer | Over ons | Contact